Gilde van het Groene Scapulier
  • Hart
    • Traditie
    • Maria is Liefde
    • Bekering
    • Open brief
  • De Gilde
  • Eerste Zaterdagen
  • Blog
  • Contact
​​🌿 Welkom, lieve bezoeker,
Dit is een plek van rust en ontmoeting, waar woorden mogen voeden en harten geraakt worden. Als je verder naar beneden gaat, vind je allerlei teksten die je meenemen in geloof, gebed en inspiratie. Laat je rustig leiden — zoals een kind dat de hand van zijn moeder vasthoudt.

Voel je vrij om onderweg ook zelf een reactie of gedachte achter te laten. Samen bouwen we hier een kleine tuin van geloof en hoop, waar elk woord een bloem kan zijn.
🌸 Wees gezegend, en voel je thuis.
Afbeelding
F Volg ons op Facebook ✉️ Nieuwsbrief

De Zeven Laatste Woorden van Christus – Met Sint-Jozef aan de Voet van het Kruis

11/13/2025

0 Opmerkingen

 
Afbeelding

Inleiding

Op Goede Vrijdag is er een eeuwenoude traditie om stil te staan bij de zeven laatste woorden van Christus aan het kruis. In deze reeks meditaties, uitgesproken door pater Raymond de Souza in de kathedraal van St. Mary in het aartsbisdom Kingston (Ontario), worden deze woorden verbonden met de figuur van Sint-Jozef en zijn verschillende patronaten in de Kerk. De onderstaande tekst volgt nauwgezet de inhoud van de Engelse meditatie, maar is omgezet in vlot en leesbaar Nederlands.

De zeven laatste woorden en Sint-Jozef

Geprezen zij Jezus Christus, nu en in eeuwigheid.

Er bestaat een eerbiedwaardige Goede Vrijdag-traditie: de meditatie over de zeven laatste woorden van Jezus aan het kruis. In recentere tijden werd die vooral bekend dankzij de eerbiedwaardige Fulton Sheen, die 58 jaar lang elke Goede Vrijdag hierover preekte.

De gewoonte om te mediteren over de zeven momenten waarop Jezus vanaf het kruis spreekt, is echter veel ouder. Vaak kiest de predikant daarbij een bepaald thema.

Vorig jaar in december vierde de Kerk de 150e verjaardag van de verklaring van Sint-Jozef als patroon van de universele Kerk. De zalige paus Pius IX deed die verklaring in 1870. Ter ere van die 150e verjaardag riep het Vaticaan een speciaal jaar van Sint-Jozef uit.

Daarom is het thema van deze meditaties over de zeven laatste woorden: “Ga naar Jozef!” Deze woorden komen uit Genesis 41,55: de oude farao zegt tijdens een grote hongersnood tegen de mensen dat ze naar de patriarch Jozef, zoon van Jakob, moeten gaan, die hij tot eerste minister in Egypte had aangesteld.

Deze woorden “Ga naar Jozef” zijn in de katholieke geschiedenis, zeker door de heilige Teresa van Avila (lerares van de Kerk), toegepast op Jozef, de echtgenoot van Maria en de beschermer van de Verlosser.

In deze overwegingen zullen wij naar Jozef gaan door te kijken naar zijn hemelse patronage terwijl we mediteren over de zeven momenten waarop Jezus vanaf het kruis spreekt.

We bevinden ons vandaag in de kathedraal van St. Mary in het aartsbisdom Kingston, Ontario. Ik ging hier als universiteitsstudent naar de mis, werd hier tot priester gewijd en draag hier nog vaak de heilige Mis op. Het zal Sint-Jozef ongetwijfeld verheugen dat deze meditaties plaatsvinden in een kerk die toegewijd is aan zijn Geliefde Echtgenote.

Op enkele uren rijden van hier ligt de grootste bedevaartplaats ter wereld ter ere van Sint-Jozef: de Oratory of Saint Joseph in Montreal, gebouwd door de heilige André Bessette. “Ga naar Jozef” was het advies dat André gaf aan de honderdduizenden mensen die bij hem in de rij stonden. Het is een van mijn favoriete heiligdommen. Ik bezocht het voor het eerst met mijn grootmoeder in de jaren 1980. Haar lievelingsplek daar was de votiefkapel.

Er branden zoveel votiefkaarsen dat de hele ruimte behoorlijk warm wordt wanneer ze allemaal aangestoken zijn. De kapel is ingericht volgens acht traditionele patronaten van Sint-Jozef:

  • Beschermer van de heilige Kerk
  • Zuil van het gezin
  • Model van de arbeiders
  • Beschermer van de maagden
  • Trooster van de bedroefden
  • Hoop van de zieken
  • Verschrikking der demonen
  • Patroon van de stervenden

We zullen deze patronaten volgen in onze meditaties, zoals ik dat destijds deed met mijn grootmoeder.

We beginnen met Sint-Jozef als Beschermer van de heilige Kerk.

Waar was Sint-Jozef op die eerste Goede Vrijdag? Omdat hij na het terugvinden van de twaalfjarige Jezus in de tempel niet meer in de Evangeliën voorkomt, wordt aangenomen dat Sint-Jozef gestorven was vóór Jezus zijn openbaar leven begon. Op Goede Vrijdag was Jozef dus gestorven, maar nog niet in de hemel. De hemel was nog “gesloten”, in afwachting van het verlossingswerk van Jezus aan het kruis.

Sint-Jozef bevond zich op die eerste Goede Vrijdag bij de rechtvaardigen van alle tijden die vóór de komst van Christus gestorven waren. We noemen dat de “schoot van Abraham” of, in meer theologische termen, het “voorgeborchte van de vaders”. Jozef was in hun midden, samen met Elia en Mozes, die bij de Gedaanteverandering hadden gehoord dat de verlossing nabij was.

Aan het kruis wordt de Kerk geboren uit de doorboorde zijde van Christus: de Bruid die voortkomt uit de Bruidegom, zoals Eva uit de zijde van Adam kwam. Terwijl de Kerk op Calvarie wordt geboren, is Jozef al bij hen die wachten om de triomferende Kerk in de hemel te worden. Zij zijn reeds gered in de kracht van het Bloed van Christus, het Kostbaar Bloed dat voor het eerst in aanwezigheid van Sint-Jozef vergoten werd bij de besnijdenis, het teken van het verbond met Abraham.

De Kerk is het meest ten volle Kerk in de hemel, waar zij de heilige Drievuldigheid het meest volmaakt aanschouwt. In het Oude Testament ging de patriarch Jozef zijn vader Jakob, de vader van het uitverkoren volk, vooruit. Zo gaat Sint-Jozef in de eerste Goede Week als het ware de patriarchen voor naar de hemel, waar de Kerk Triumfant wacht op de glorie van de Hemelvaart en de Tenhemelopneming.

We mogen ons met vreugde het beeld veroorloven van Sint-Jozef die Abraham, Mozes en Elia de hemel binnenleidt.
Sint-Jozef, Beschermer van de heilige Kerk, bid voor ons.

Wij aanbidden U, o Christus, en wij loven U, want door uw heilig kruis hebt Gij de wereld verlost.

Eerste woord vanaf het kruis – “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.”

Sint-Jozef, Zuil van het gezin

[muziek]

“Ook twee anderen, misdadigers, werden weggeleid om samen met Hem terechtgesteld te worden. En toen ze kwamen op de plaats die men ‘Schedelplaats’ noemt, kruisigden ze Hem daar, samen met de misdadigers, de een rechts en de ander links van Hem. En Jezus zei: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’”

Het eerste woord vanaf het kruis is verwarrend. Vergeving op zich is dat niet, want we weten dat Jezus gekomen is voor de vergeving van de zonden. Hij maakt dat duidelijk tijdens het Laatste Avondmaal: zijn Kostbaar Bloed wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Sint-Jozef hoorde dit al aangekondigd door de engel in zijn droom: de Zoon, door Maria ontvangen, zal zijn volk redden van hun zonden.

Maar waarom zegt Jezus: “want ze weten niet wat ze doen”? De omringende verzen laten zien dat de mensen en hun leiders niet onwetend zijn over wat er gebeurt. Ze zijn er zelfs enthousiast bij betrokken en voegen hun eigen spottende woorden toe aan het doodvonnis dat door het Sanhedrin geëist en door Pontius Pilatus uitgesproken is. Pilatus wist dat hij een Onschuldige veroordeelde; daarom probeert hij zijn handen in onschuld te wassen.

Wat weten ze dan niet? Ze beseffen niet ten volle de gruwel van wat ze doen: dat ze eropuit zijn de Zoon van God ter dood te brengen. De woorden van Jezus kunnen in de tijd terug- én vooruitkijken, en zo het hele panorama van de zonde omvatten. Zelden overzien wij zelf de volle draagwijdte van onze zonden.

Wisten Adam en Eva bij het begin van de zonde in de wereld wat de volledige gevolgen zouden zijn van hun ongehoorzaamheid? God gaf hun het gebod: “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u.” Maar wisten ze wat zij zouden vermenigvuldigen? Zonde en slechtheid, wreedheid en dood.

De menselijke familie keert zich al snel tegen zichzelf nadat zij zich van God heeft afgewend. In de eerste generatie reeds doodt Kaïn zijn broer Abel. Doorheen de generaties verzwijgt het boek Genesis niet dat de familie geteisterd wordt door jaloezie, wrok, bedrog, verraad, overspel, incest en moord. Er is zoveel verdorvenheid dat de Schrift soms lijkt te suggereren dat de rechtvaardige mens een uitzondering is, zoals Noach of Job.

In die lange lijn van families treedt Sint-Jozef binnen. Hij krijgt een nieuwe familie toevertrouwd: de nieuwe Adam, de Heer Jezus, en de nieuwe Eva, de heilige Maagd Maria. Jozef zelf behoort tot die lijn van rechtvaardigen die de Heer kiest om zijn heilsplan voort te zetten.

In de menselijke familie waarin de ongerechtigheid generatie na generatie vermenigvuldigd wordt, begint met de Heilige Familie een nieuw hoofdstuk. De oorspronkelijke heiligheid die God aan Adam en Eva schonk, wordt opnieuw gegeven. Sint-Jozef krijgt de opdracht om over dit nieuwe begin te waken.

We eren Sint-Jozef, hoofd van de Heilige Familie, onder de titel “Zuil van het gezin”. Hij is een stevige steun, zoals alle mannen dat zouden moeten zijn als echtgenoot en vader. Het gaat bij het leiderschap van Sint-Jozef niet om macht en zelfs niet in de eerste plaats om heiligheid, want Jezus en Maria overtreffen hem daarin. Jozef draagt de Heilige Familie door zijn dienstbaarheid.

Mannen naar het hart van Sint-Jozef zijn geroepen om vrouwen en kinderen te dienen met hun kracht, autoriteit, middelen, uithoudingsvermogen en vooral met hun offerende liefde.

Adam liet Eva alleen tegenover de slang. Sint-Jozef beschermde Maria en Jezus tegen ieder gevaar.

Aan het begin van de schepping zien we een gezin dat door de Heer God is gevormd. Aan het begin van de verlossing zien we het gezin van de Heer God zelf. Het eerste gezin is ongehoorzaam, de Heilige Familie is gehoorzaam. Het eerste gezin valt, de Heilige Familie wordt opgericht. En het is Sint-Jozef die hen leidt, hij die, toen hij ontwaakte, deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen.

“Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.”
Sint-Jozef, Zuil van het gezin, bid voor ons.

Wij aanbidden U, o Christus, en wij loven U, want door uw heilig kruis hebt Gij de wereld verlost.

Tweede woord vanaf het kruis – “Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.”

Sint-Jozef, Model van de arbeiders

“Een van de gekruisigde misdadigers lasterde Hem: ‘Zijt Gij niet de Christus? Red uzelf en ons erbij!’ Maar de andere terechtgestelde berispte hem: ‘Hebt zelfs gij geen ontzag voor God, nu gij dezelfde straf ondergaat? In ons geval is dat terecht: wij krijgen wat wij verdiend hebben. Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.’ En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.’ En Jezus sprak tot hem: ‘Voorwaar, Ik zeg u: heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.’”

Aan de boom van het kruis zijn de vruchten van de verlossing nu al zichtbaar. De goede moordenaar is de eerste van die vruchten. Hij spreekt een geloofsbelijdenis uit, en Jezus belooft hem het paradijs.

Het tweede woord vanaf het kruis is gericht op de nabije toekomst, maar wie het hoorde, zal ook teruggedacht hebben. Bij het woord “paradijs” denken we aan Eden, de tuin die God voor de mens heeft gemaakt. Daar in de tuin krijgt Adam een taak en een zending: de Heer God plaatst hem in de tuin van Eden om die te bewerken en te bewaren. De mens heeft werk te doen.

Nog vóór de zondeval, vóór de zonde, is de mens al gemaakt om te werken. De moeite, de last en de pijn die vaak met arbeid gepaard gaan, komen er pas bij ná de zondeval, wanneer Adam te horen krijgt: “In het zweet van uw aanschijn zult gij uw brood verdienen totdat gij tot de aarde wederkeert.”

Arbeid zelf is goed: niet alleen omwille van het resultaat—het bewerken en bewaren van de tuin—maar ook omdat werk goed is voor de mens zelf. Paus Franciscus heeft vaak en indringend gesproken over de zware plaag van werkloosheid, vooral onder jongeren. Het voornaamste “product” van arbeid is dat de mens zichzelf vormt door zijn werk. Diepgaande werkloosheid is verwoestend.

Jezus, de nieuwe Adam, is aan het werk op het kruis. Dit is het werk waarvoor Hij gekomen is. Door de last van de zonde te dragen, kost dat werk Hem een verschrikkelijke tol. Hij volbrengt het in het zweet van zijn gelaat, niet zodat Hij brood kan eten tot Hij sterft, maar zodat Hij zelf brood kan worden opdat de mens zal leven.

Zo zwaar is dit werk dat zijn zweet in een andere tuin—Gethsemane—als druppels bloed op de grond valt. Daar wordt het Kostbaar Bloed al vergoten vóór de geseling, de bespotting en de doornenkroning.

God geeft ons het zevende gebod, “Gij zult niet stelen”, om ons te onderrichten over het belang van bezit, het resultaat van arbeid. Het vijfde gebod gaat over het leven, het zesde over het huwelijk, het zevende over het bezit. God schenkt ons de gave van het leven en geeft ons bovendien de eer om als medewerkers mee het leven door te geven. Door onze arbeid worden we in zekere zin mede-scheppers in alles wat het leven draagt en verrijkt.

De meester-tuinier die een schitterende tuin verzorgt, heeft de bloemen niet geschapen, maar hij heeft de tuin wel aangelegd, bedacht en verzorgd. Niet aan iedereen wordt de opdracht gegeven om leven te verwekken, maar aan ieder mens wordt de opdracht gegeven om “werk” te verwekken: dat kan een eenvoudige gezinsmaaltijd zijn, of de bouw van een aquaduct. Door onze arbeid betrekt God ons in zijn scheppend werk.

Daarom is diefstal zo’n ernstige zaak. Gods scheppingsplan begint bij zijn gave, die wij ontvangen. Wij voegen daar onze arbeid aan toe, en vervolgens wordt die gezamenlijke vrucht gedeeld met anderen, via handel of schenking. De dief doorbreekt die orde door zich toe te eigenen wat niet gegeven is, door te grijpen in plaats van te ontvangen.

Lang voor de goede moordenaar het paradijs werd beloofd, kwam de diefstal langs de boom in Eden naar beneden geslopen en leerde hij Adam en Eva grijpen naar wat hun niet toekwam.

Sint-Jozef daarentegen ontvangt wat hem gegeven is. Hij aanvaardt het werk dat hem wordt toevertrouwd. Soms houdt dat een zware last in die beroep doet op zijn tact, zijn verstand en zijn kracht, zoals de vlucht naar Egypte. Meestal gaat het in Nazareth om het dagelijkse werk: diensten en goederen leveren aan de mensen in het dorp, een goed en veilig huis bieden aan Jezus en Maria. In zijn werk deelt hij in de voorzienigheid van de Vader.

In zijn mensheid moest Jezus leren werken. Sint-Jozef heeft Hem dat geleerd.

In 1955, toen communistische regimes de arbeiders en hun waardigheid hadden verraden, stelde paus Pius XII op 1 mei het feest in van Sint-Jozef de Arbeider. Sint-Jozef draagt alle arbeiders in het bijzonder in zijn hart en is het model van eerlijke, ijverige en edele arbeid. God gaf Sint-Jozef niet de gave van natuurlijke voortplanting—niet iedereen krijgt die gave—maar Hij gaf hem wel de gave van medeschepping door arbeid, een universele roeping die naast de universele roeping tot heiligheid bestaat.

Sint-Jozef leert ons hoe we moeten werken, hoe we mogen scheppen en hoe we heilig kunnen zijn: die heiligheid die onze oorspronkelijke gave in het paradijs was.

“Heden nog zult gij met Mij in het paradijs zijn.”
Sint-Jozef, Model van de arbeiders, bid voor ons.

Wij aanbidden U, o Christus, en wij loven U, want door uw heilig kruis hebt Gij de wereld verlost.

Derde woord vanaf het kruis – “Vrouw, zie daar uw zoon… Zie daar uw moeder.”

Sint-Jozef, Beschermer van de maagden

“Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: ‘Vrouw, zie daar uw zoon.’ Vervolgens zei Hij tot de leerling: ‘Zie daar uw moeder.’ En vanaf dat uur nam de leerling haar bij zich in huis.”

Als we de heilige Maagd aan de voet van het kruis overwegen, verstaan we het patronaat van Sint-Jozef als Beschermer van de maagden. Hij was als hoofd van de Heilige Familie aangesteld om de heilige Maagd en Jezus, die in de maagdelijkheid leefde, te beschermen.

We kunnen dit tedere woord vanaf het kruis bekijken vanuit het standpunt van de apostel Johannes. Hij is de “maagdelijk levende” apostel, de leerling van wie Jezus bijzonder houdt. In dit woord vanaf het kruis wordt Maria toevertrouwd aan de zorg van de maagd Johannes, zoals zij eerder was toevertrouwd aan de zorg van de maagdelijk levende Jozef.

Het is waar dat de Bijbel zwijgt over het verleden van Jozef. Het is mogelijk dat hij eerder gehuwd was geweest en kinderen had, en weduwnaar was geworden. Maar het past meer bij het geheel dat Jozef zelf ook maagdelijk leefde, volledig toegewijd aan zijn eerste en enige Echtgenote, Maria, altijd Maagd.

God beperkt zich niet tot het strikt noodzakelijke, maar doet wat het meest passend is. De heilige John Henry Newman zegt over Sint-Jozef:

“Hij was de ware en waardige bruidegom van Maria, die op zichtbare wijze de plaats innam van Maria’s onzichtbare Bruidegom, de Heilige Geest. Hij was de cherub die geplaatst was om het nieuwe aardse paradijs te bewaken tegen iedere vijandige indringer. Hij is de heilige Jozef, omdat zijn taak als bruidegom en beschermer van Maria in het bijzonder heiligheid vereiste. Hij is de heilige Jozef, omdat geen enkele andere heilige in zo’n lange en zo intieme vertrouwelijkheid geleefd heeft met de bron van alle heiligheid, Jezus, God mens geworden, en met Maria, de heiligste van alle schepselen.”

Die sublieme intimiteit en vertrouwelijkheid, zoals Newman ze beschrijft, werd in Nazareth geleefd in een soort “drie-eenheid van maagdelijkheid”: Jezus, Maria en Jozef. Aan het kruis zien we opnieuw een dergelijke drie-eenheid: Jezus, Maria en Johannes.

In de Bergrede legt Jezus het verband: “Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.” De christelijke traditie houdt dat Johannes dieper in het mysterie van God kon binnendringen dan de andere evangelisten dankzij zijn onverdeelde, zuivere, maagdelijk toegewijde hart. De geliefde leerling kon God helderder zien.

De zuiverheid van Sint-Jozef maakte hem geschikt om God in zijn eigen huis te zien. De zuiverheid van Johannes maakte hem geschikt om de heilige Maagd in zijn huis op te nemen.

In onze cultuur wordt de deugd van zuiverheid zwaar ondergraven. Zelfs woorden als “maagdelijkheid” en “kuisheid” worden vaak vermeden, alsof ze beschamend zijn in plaats van verheffend. Juist daarom hebben we Sint-Jozef zo nodig: niet alleen als beschermer van wie maagdelijk of kuis leeft, maar ook als beschermer van de waardigheid van maagdelijkheid, kuisheid en zuiverheid zelf.

Moge Sint-Jozef en Sint-Jan ons helpen God te zien.

“Vrouw, zie daar uw zoon… Zie daar uw moeder.”
Sint-Jozef, Beschermer van de maagden, bid voor ons.

Wij aanbidden U, o Christus, en wij loven U, want door uw heilig kruis hebt Gij de wereld verlost.

Vierde woord vanaf het kruis – “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”

Sint-Jozef, Trooster van de bedroefden

“Toen het zesde uur aangebroken was, viel er een duisternis over het hele land tot het negende uur. En op het negende uur riep Jezus met luider stem: ‘Eloï, Eloï, lama sabachtani?’ Dat betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’ Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest. En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot onder.”

Het vierde woord vanaf het kruis verliest nooit zijn kracht om ons te schokken, ons droef te stemmen en zelfs te ergeren. Is het mogelijk dat Jezus door de Vader verlaten is? Kan God God verlaten? Kan licht het licht verlaten? Kan waarachtig God door waarachtig God verlaten worden? Kun je spreken over de Eniggeborene die verlaten wordt door de Schepper van alles wat zichtbaar en onzichtbaar is?

We mogen niet te snel over deze schok, deze droefheid en deze aanstoot heenstappen. Jezus, de Zoon van God, wordt nooit door zijn Vader verlaten. Het is juist de Vader die de Zoon zendt om de wereld te redden. Hoe doet Hij dat? De heilige Paulus vertelt het ons: de verminkte Jezus aan het kruis is het gezicht van de zonde. De lichamelijke wonden van de Passie zijn de zichtbare tekenen van het innerlijke loon van de zonde.

Zonde maakt ons verwijderd van God. De zondaar die dat beseft, kan roepen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?” Zo voelt het, maar God heeft ons niet verlaten; wij hebben Hém verlaten. Zonde vervreemdt ons van God, liefde verbindt ons met God. Naarmate we meer aan God gehecht raken, komt er een noodzakelijke losmaking van zelfs de meest dierbare dingen.

Jezus drukt dat uit in krachtige taal: “Wie tot Mij komt en zijn vader en moeder, vrouw en kinderen, broers en zusters, ja, zelfs zijn eigen leven niet ‘haat’, kan mijn leerling niet zijn.” Of positiever verwoord: “Wie zijn mijn moeder en mijn broeders?” En terwijl Hij de mensen rond zich aanziet, zegt Hij: “Dat zijn mijn moeder en mijn broeders: wie de wil van God doet, hij is mijn broer, mijn zuster en mijn moeder.”

Sint-Jozef leefde deze werkelijkheid in de diepte en de zuiverheid van de Heilige Familie. De tempel stond centraal in zijn leven. Bij de dood van Jezus aan het kruis scheurt het voorhangsel van de tempel—dat monumentale gordijn voor het Heilige der Heiligen—van boven naar beneden: het wordt van bovenaf doorgescheurd.

We kunnen ons voorstellen dat, zoals Jakob zijn klederen scheurde uit verdriet om de vermeende dood van zijn zoon Jozef (Genesis 37), zo nu God de Vader als het ware zijn “kleed” scheurt, het tempelgordijn, bij de dood van zijn Zoon.

In de tempel ervaart Sint-Jozef ook zijn eigen smarten. Hij hoort daar bij de opdracht van Jezus dat Hij een teken van tegenspraak zal zijn—dat zegt Simeon hem bij de Opdracht van de Heer—en dat een zwaard van droefheid het hart van Maria zal doorboren. In de tempel leert hij ook dat zijn eigen vaderlijke rol moet wijken voor een hogere Vader: Jezus moet bezig zijn met de zaken van zijn Vader, in het huis van zijn Vader. Dat leert hij bij het terugvinden van Jezus in de tempel.

Dit alles betekent een pijnlijke afstand voor Jozef. Hij wordt niet verlaten in de strikte zin van het woord, maar hij voelt wel de pijn van het “loslaten” van de jongen van wie hij houdt. Maria verwoordt het: “Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik hebben U met angst gezocht.” En Hij antwoordt: “Waarom hebt gij Mij gezocht? Wist gij niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” Zij begrepen niet wat Hij hen hiermee wilde zeggen, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart. Ook Jozef zal deze woorden in zijn hart bewaard hebben.

De mensen om hen heen zien Jezus als de zoon van Jozef, maar hij weet beter. Sint-Jozef kent de grenzen van zijn vaderlijke rol. Op de derde dag in de tempel is zijn hart als het ware doorgescheurd. Lichamelijke kwellingen zijn er in overvloed, maar wat de ziel treft, is nog zwaarder. Sint-Jozef kent iets van de pijn van afstand, die voortkomt uit de zending van Jezus.

En wanneer Maria in haar Onbevlekt Hart het zwaard van droefheid overweegt dat haar zal doorboren, bij wie kan zij dan terecht? Wie kan haar troosten? Zeker bij Sint-Jozef.

“Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”
Sint-Jozef, Trooster van de bedroefden, bid voor ons.

Wij aanbidden U, o Christus, en wij loven U, want door uw heilig kruis hebt Gij de wereld verlost.

Vijfde woord vanaf het kruis – “Mij dorst.”

Sint-Jozef, Hoop van de zieken

“Daarna, wetend dat nu alles volbracht was, zei Jezus—opdat de Schrift in vervulling zou gaan: ‘Mij dorst.’ Daar stond een kruik met zure wijn; ze staken een spons vol zure wijn op een hysoptak en brachten die aan zijn mond.”

Het vijfde woord, “Mij dorst”, is de enige keer dat Jezus expliciet spreekt over zijn lichamelijk lijden en pijn. Het herinnert ons eraan dat de Passie niet alleen een geestelijke werkelijkheid is of een kosmische gebeurtenis, maar ook iets heel lichamelijks: de kruisiging van het lichaam van een mens. Hij lijdt, Hij valt, Hij bloedt, Hij heeft dorst. Het lijdende, zwetende, bloedende, dorstige lichaam van Jezus is geen abstractie of idee. Het is harde werkelijkheid.

Dezelfde Jezus die zieken genas en gebrekkigen heelde, lijdt nu in zijn eigen lichaam. Jezus wil zijn genezende zending delen met de mensen die dicht bij Hem staan. De apostelen kregen het charisma van wonderbare genezingen, en door de eeuwen heen ook vele heiligen.

Daarom is het passend dat we Maria aanroepen als “Gezondheid van de zieken”, en Sint-Jozef als “Hoop van de zieken”.

Velen kennen het verhaal van de kleine Theresia van Lisieux, de Kleine Bloem. Als baby was ze stervend. Haar moeder, inmiddels zelf heilige (de heilige Zélie Martin), knielde neer voor een beeld van Sint-Jozef en vroeg zijn krachtige voorspraak. De baby Theresia werd op wonderbaarlijke wijze genezen.

De grote heilige Teresa van Avila, karmelietes, raadde iedereen aan: “Ga naar Jozef.” De moeder van de kleine Theresia heeft precies dat gedaan.

In de Oratory of Saint Joseph in Montreal rust het lichaam van de heilige André Bessette, beter bekend als broeder André van de Mont Royal. Honderdduizenden mensen stonden uren aan te schuiven om de eenvoudige, weinig geschoolde broeder André te ontmoeten. Ze kwamen met talloze zorgen, vaak met ziekten waarvoor artsen geen hoop meer zagen. Maar er is altijd hoop: de hoop van de zieken.

“Ga naar Jozef,” zei broeder André. “Bid tot Jozef. Neem wat olie die gebrand heeft voor het beeld van Sint-Jozef.” En toen de mensen het advies van Teresa van Avila en broeder André volgden, kwamen er vele genezingen.

In ziekte wenden we ons gemakkelijk tot God, die een bijzondere liefde heeft voor de zieken. We vragen om de zorg van de goddelijke Geneesheer en om de voorspraak van Maria, Gezondheid van de zieken. En naast hen rekenen we op de aanwezigheid van Sint-Jozef, Hoop van de zieken.

“Mij dorst.”
Sint-Jozef, Hoop van de zieken, bid voor ons.

Wij aanbidden U, o Christus, en wij loven U, want door uw heilig kruis hebt Gij de wereld verlost.

Zesde woord vanaf het kruis – “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.”

Sint-Jozef, Verschrikking der demonen

“Het was omstreeks het zesde uur en er viel duisternis over het hele land tot het negende uur, doordat de zon haar licht niet meer gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor. En Jezus riep met luider stem: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’ Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de geest. De honderdman die zag wat er gebeurde, verheerlijkte God en zei: ‘Werkelijk, deze mens was rechtvaardig.’ En heel de menigte die voor dit schouwspel was samengestroomd, sloeg zich op de borst toen zij zagen wat er gebeurd was en keerde naar huis terug.”

Te midden van de duister wordende hemel ziet een menigte toe—en onder hen ook een menigte engelen, zoals ze eerder in de nacht van Bethlehem aanschouwend aanwezig waren. Toen zongen ze; nu zingen ze niet. Zelfs de engelen worden als het ware stil bij deze manifestatie van glorie: de bloedige glorie van het kruis.

En de gevallen engelen, de demonen—wat denken zij? Is dit eindelijk hun uur, het uur van de macht der duisternis? Staat hun overwinning voor de deur? De heilige Paulus geeft het antwoord: Jezus draagt nu zijn geest over in de handen van de Vader. De overwinning is behaald, en Hij vertrouwt haar toe aan de handen van de Vader. Zo geeft het zesde woord vanaf het kruis een antwoord op het vierde woord. Is de Heer ons werkelijk verlaten? Nee. De Vader is aanwezig, gereed om de overwinning van zijn Zoon te ontvangen.

De engelen kijken toe, maar de demonen ook. Na de bekoringen in de woestijn lezen we dat de duivel zich van Jezus terugtrok tot de “geschikte tijd”. Maar de tijd staat niet aan de kant van de duivel. Tijdens de plechtige wijding van de paaskaars bidt de priester:

“Christus, gisteren en vandaag, het begin en het einde, de Alpha en de Omega, Hem behoren alle tijden en alle eeuwen. Hem zij de glorie en de heerschappij door alle eeuwen der eeuwen. Amen.”

De tijd behoort aan God. In de volheid van de tijd heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, onder de wet geplaatst. Maria is die Vrouw; Sint-Jozef is de wettelijke vader. De duivel kwam te laat: de genade was hem voor.

We mogen God, de almachtige Schepper, nooit op één lijn stellen met de duivel. De duivel is een machtig wezen, maar blijft een schepsel. De heilige Schrift leert dat de duivel uiteindelijk verslagen wordt door de dochter van Eva, Maria, en dat Michaël de aartsengel de hemelse legerscharen in de strijd tegen hem aanvoert.

Sint-Jozef hoort daarbij. Zijn strijd is echter een stille strijd, want hij is een stille man. Daarom is hij zo geschikt als voorbeeld voor ons, die niet de macht hebben om de kop van de slang te verpletteren of het op te nemen tegen de verschrikkelijke draak. We eren Sint-Jozef als Verschrikking der demonen omdat alle heiligheid, groot en klein, de demonen angst inboezemt. De heiligheid van Sint-Jozef was groot, maar speelde zich af in gewone omstandigheden.

Sint-Jozef past niet in de huiveringwekkende taferelen uit het boek Openbaring. Zijn strijdtoneel is de nederige werkplaats, de eettafel, de processies op hoogfeesten naar Jeruzalem.

Er bestaat een vrome overlevering dat, toen Sint-Jozef met de Heilige Familie Egypte binnentrok, een profetie van Jesaja (19,1) in vervulling ging. De afgoden zien Sint-Jozef aan de horizon verschijnen: hij leidt de heilige Maagd en draagt het Kind Jezus. De afgodsbeelden beven voor de Heer, en de demonen verschrikken bij het zien van Sint-Jozef.

“Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.”
Sint-Jozef, Verschrikking der demonen, bid voor ons.

Wij aanbidden U, o Christus, en wij loven U, want door uw heilig kruis hebt Gij de wereld verlost.

Zevende woord vanaf het kruis – “Het is volbracht.”

Sint-Jozef, Patroon van de stervenden

“Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.”

Met het laatste woord vanaf het kruis wordt duidelijk dat Jezus niet lijdzaam ondergaat wat Hem overkomt. Hij is de Priester die het offer opdraagt. Zoals Hij aan Pilatus zegt, heeft een aardse machthebber geen enkele macht over Hem, tenzij die van boven gegeven is. Hij is ook het slachtoffer, maar niet passief zoals een stier of een bok, maar als Zoon, gehoorzaam aan de wil van de Vader.

Jezus werkt, zoals zijn Vader blijft werken. Hij bepaalt zelf het moment waarop het werk voltooid is. Nu is het volbracht. Jezus “slaapt” nu aan het kruis. En terwijl Hij slaapt, verlaat Hij ons niet. Van Sint-Jozef leren we dat iemand ook al slapend naar Gods Woord kan luisteren: in zijn dromen ontvangt hij Gods opdrachten. Zo verlaat God ons nooit; we vallen nooit buiten zijn voorzienigheid.

Sint-Jozef is de Patroon van de stervenden omdat hij mocht sterven met Jezus en Maria aan zijn zijde. Wie zou niet zo willen sterven? Gesterkt door de sacramenten, met de Namen van Jezus en Maria in onze oren en op onze lippen.

Zoals Jezus en Maria Jozef bijstonden in zijn stervensuur, zo had Sint-Jozef er op zijn beurt naar verlangd bij het kruis aanwezig te zijn om Maria te troosten en te zorgen voor het lichaam van zijn Zoon. Ik stel mij graag voor dat Sint-Jozef, vanuit de schoot van Abraham, een andere Jozef “stuurde” om te doen wat gedaan moest worden. Sint-Jozef kon het lichaam van Jezus niet eigenhandig in de armen van zijn Moeder leggen, maar Jozef van Arimatea deed dat.

Zoals de Jozef uit Egypte zijn voorraadschuren vulde voor het behoud van de wereld, zo legt Jozef van Arimatea de Redder van de wereld in het graf. Wanneer wij sterven, moge Sint-Jozef ons dan naar onze Verlosser leiden, zoals hij dat op de eerste Stille Zaterdag deed voor David, Elia, Mozes, Abraham, Noach en Adam.

Op Stille Zaterdag bidt de Kerk in het Getijdengebed een oude, zoet klinkende homilie: “Ontwaak, gij die slaapt.” Ja, ontwaak, sta op, gij die slaapt, zoals Sint-Jozef opstond en gehoor gaf aan het bevel van de Heer. In die homilie klinken woorden van de Heer Jezus die in het bijzonder tot Sint-Jozef lijken te spreken:

“Ik ben uw God, die omwille van u uw Zoon geworden ben. Voor u en uw nakomelingen spreek Ik nu, en met macht gebied Ik allen die in de gevangenis zijn: treedt naar buiten; en allen die in de duisternis zijn: ontvangt het licht; en allen die slapen: staat op.”

“Het is volbracht.”
Sint-Jozef, Patroon van de stervenden, bid voor ons.

Wij aanbidden U, o Christus, en wij loven U, want door uw heilig kruis hebt Gij de wereld verlost.

Slotgebed met de zeven laatste woorden

Aan het einde van deze meditatie over de zeven laatste woorden bidden we:

“O goddelijke Jezus, mensgeworden Zoon van God, om ons te redden hebt Gij ermee ingestemd geboren te worden in een stal, uw hele leven te slijten te midden van armoede, beproevingen en ellende en te sterven, omringd door lijden, aan het kruis. In het uur van mijn dood, smeek ik U, zeg dan tot uw Vader: ‘Vader, vergeef hem (haar).’ Zeg tot uw Moeder: ‘Zie daar uw kind.’ Zeg tot mijn ziel: ‘Heden zult gij met Mij zijn in het paradijs.’ Mijn God, mijn God, verlaat mij niet in dat uur. Mij dorst, ja: mijn ziel dorst naar U, Gij die de Bron van levend water zijt. Mijn leven gaat voorbij als een schaduw. Binnen korte tijd zal alles volbracht zijn. Daarom, mijn beminde Verlosser, vertrouw ik vanaf dit moment en voor eeuwig mijn geest in uw handen. Heer Jezus, ontvang mijn ziel. Amen.”

Sint-Jozef in het jaar van de Kerk

Op 8 december, het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, vierde de Kerk de 150e verjaardag van de verklaring van Sint-Jozef als patroon van de universele Kerk. Voor die gelegenheid schreef paus Franciscus de brief Patris corde (“Met het hart van een vader”). Daarin vermeldt hij dat hij elke ochtend, als deel van zijn ochtendgebed, een speciaal gebed tot Sint-Jozef bidt.

We besluiten deze meditaties met dat gebed:

Heilige Jozef, bid voor ons.

[muziek]

0 Opmerkingen



Laat een antwoord achter.

    Auteur

    Geen geleerde, maar een gewoon kind van Maria dat onderweg is met anderen.

    Archieven

    November 2025
    Oktober 2025
    September 2025

    RSS Feed


      ​​Blijf verbonden onder Maria’s mantel

    Abonneer op de nieuwsbrief
  • Hart
    • Traditie
    • Maria is Liefde
    • Bekering
    • Open brief
  • De Gilde
  • Eerste Zaterdagen
  • Blog
  • Contact